Voor een goede werking moet het BFM aan de volgende zeven criteria voldoen:
1. Volledigheid
Het BFM dient alle mogelijke activiteiten te bevatten en kan dus bijvoorbeeld als checklist dienen voor nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe producten.
2. Transparantie
Het BFM moet een eenduidig inzicht bieden in alle activiteiten en de relaties daartussen.
3. Consistentie
Alle activiteiten zijn op elkaar afgestemd. Begrippen worden over de processen eenduidig gehanteerd. Het BFM sluit aan op de andere modellen zoals het productmodel.
4. Functionele decompositie
Activiteiten worden in functies gecombineerd volgens het principe maximale samenhang - minimale koppeling (of ook wel: maximale reductie van interfaces) als afgeleide van de bedrijfsdoelstellingen.
5. Toekomstvast
Het BFM voldoet ook in de toekomst. Het moet niet nodig zijn om het regelmatig aan te passen.
6. Inrichtingsvrij
Bijvoorbeeld organisatievrij. De bedrijfsfuncties worden ontworpen onafhankelijk van de organisatie. De organisatiestructuur is immers vaak niet toekomstvast. Omgekeerd is het wel zo dat de organisatie een afgeleide is van de procesarchitectuur. Naast organisatievrij het BFM ook product-, applicatie- en locatievrij.
7. Regelgeving
Het BFM voldoet aan de gestelde interne en externe regelgeving zoals wetten.