1. Fase in de organisatieontwikkeling De wijze van interveniëren is sterk afhankelijk van de fase waarin een organisatie zich bevindt. Een voorbeeld van een model om dit te beschrijven is het model van Greiner (1972) weergegeven in fig. 4. De verschillende fases beschrijven de verschillende rollen voor een leider in een dergelijke fase.

Figuur 4. Fases in de organisatieontwikkeling (Greiner, 1972).
2. Bestaande communicatiestructuur
Om zoveel mogelijk contact te kunnen houden met de mens in de organisatie, is een goede communicatiestructuur van essentieel belang. Door van te voren te analyseren wat voor formele en informele communicatiemiddelen er binnen de organisatie beschikbaar zijn, kan de uitvoering daarop aangepast worden, of kan er op tijd actie worden ondernomen om nog meer communicatiemiddelen beschikbaar te maken. Communicatie is de voornaamste krachtbron van veranderen. De aard en kwaliteit van de aanwezige communicatie structuur is een centraal element in het veranderplan.
3. Eigen bewustzijn van weerstand
Waar veranderd wordt, treedt altijd een vorm weerstand op. Het is daarom van belang om van te voren in te schatten waar deze weerstand vandaan zal komen, hoe sterk deze is en wat de achterliggende belangen zijn. Zo kan er, bijvoorbeeld door het extra betrekken van deze mensen of door het inspelen op hun drijfveren, voorkomen worden dat deze weerstand een hoofdrol gaat opeisen bij de verandering. Het inspelen op de factor weerstand heeft het veel effect op de uiteindelijke duur en effectiviteit van een veranderingsproces.
4. Financiële situatie
Om in te kunnen schatten welke interventies realistisch zijn, is het belangrijk om een inschatting te maken van de financiële situatie van het bedrijf. Ook om in te schatten hoe snel de verandering gerealiseerd moet worden is het belangrijk om van de financiële situatie af te weten. Het budget voor het veranderplan is eveneens afhankelijk van de mogelijke impact op de resultaten van de verandering.
5. Veranderpotentieel
Veranderpotentieel is een kwalitatief begrip. Op basis van vele factoren kan men een inschatting maken van het veranderpotentieel. Vergelijk ter illustratie twee organisaties: een organisatie die reeds vele veranderingen achter de rug heeft die niet succesvol zijn verlopen waarbij het oude management nog steeds aanwezig is. Of: een jonge organisatie die sterk groeit en nog geen tegenslag te verwerken heeft gekregen. Het veranderpotentieel van beide verschilt enorm.
- Opdrachtgever
In de potentie om te kunnen veranderen spelen veel zaken een rol. Ten eerste de opdrachtgever voor de verandering. In organisaties is er vaak, naast de formele machtsstructuur ook een informele machtsstructuur. De positie van de opdrachtgever binnen de informele machtsstructuur speelt een rol in de slagingskans van een verandering. Als een opdrachtgever niet zoveel macht heeft in de informele machtsstructuur, is het extra belangrijk om medestanders van de verandering te vinden die meer macht hebben. Een krachtenveldanalyse, waarbij invloed op en steun aan de verandering in kaart wordt gebracht, draagt bij aan het inzicht.
- Werkdruk
Ook de werkdruk speelt een belangrijke rol in het veranderpotentieel. Soms willen mensen best veranderen, maar hebben ze het simpelweg te veel operationeel werk of andere veranderprojecten om er aandacht aan te kunnen besteden.
- Management
Verder speelt de ervaring met veranderingen van het management een rol. Heeft het management eerder op een succesvolle manier veranderingen geleid, dan is dat een belangrijke bron van ervaring. Voor de medewerkers speelt de kwaliteit van eerdere veranderingen ook een belangrijke rol. Waren de vorige veranderingen niet goed, of hielden ze geen stand, dan zal er minder medewerking verleend worden aan nieuwe veranderingen.
Het Veranderpotentieel van een organisatie is een optelsom van vele aspecten en is bepalend voor de keuze van de strategie.